© 2018-2019 Wijncast - Dennis van den Buijs

  • Black Facebook Icon
  • Black Twitter Icon

Abonneer je op de podcast via

Mijn favoriete druif?

Mijn favoriete druif? Dan denk ik aan de groene heuvels van Umbrië, de avondlijke terrassen in Firenze en de zonsondergang aan het meer van Bolsena. Ik heb het over sangiovese, de koning van de Italiaanse druiven. 

 

De legende wil dat de naam sangiovese afgeleid is van het bloed van Jupiter (sanguis Iovis). Wat er ook van zij, ik vind sangiovese een druif die als geen ander wijnen geeft die je het hele jaar rond kan drinken. Jong en fruitig in de lente of zomer, zwoeler en houtgerijpt in de donkere maanden. Chianti, Brunello, Vino Nobile di Montepulciano, Morellino di Scansano en Montefalco Rosso zijn enkele appelaties waarin sangiovese een hoofdrol speelt. Voor wie het graag simpel houdt: het leeuwendeel van de rode wijn uit Toscane en Umbrië heeft wel iets van sangiovese in de fles. 

 

Hoe herken je de druif in het glas? De geur is het meest typisch aan sangiovese. Je krijgt in je neus altijd iets aards gecombineerd met fruitige kersen.  Hoe complexer de wijn hoe meer de boswandeling overheerst, hoe jonger hoe fruitiger de neus. Soms durft het wel eens animaal te ruiken (de stal) al zal dat bij een goeie wijn niet storen. Volgens mij kan zelfs een wijnleek de sangiovesegeur leren herkennen omdat hij zo typisch is. In de mond worden die aroma's versterkt en is er altijd een frisse toets aanwezig. Een zuurtje zoals Sergio Herman het in zijn onnavolgbare Zeeuws zegt. Dat zuurtje maakt een sangiovesewijn een ideale maaltijdbegeleider en hét excuus voor de Italiaane contadini om te blijven drinken. Geef hen eens ongelijk.

 

Elke boer in Toscane of Umbrië heeft wel een aantal rijen sangiovese staan voor eigen gebruik. Die gooien ze in de herfst in grote cementen cuves en vanaf de lente is het plezier daar. Jonge fruitige wijntjes, beaujolaisstijl voor bij de dagelijkse maaltijd. Vaak ook lekker gekoeld, jawel. Schrik in de laars dus niet als uw glaasje rode huiswijn op restaurant fris in het glas komt. In Pisa en Firenze doen ze het zelfs met Chianto Classico. Zulke vlotte doordrinkers zijn een ideale begeleider bij pizza, pasta met tomatensaus of een insalata caprese. Heerlijk onder de lentezon.

 

In de herfst grijp ik liever naar iets stevigere varianten. Waar het fruitige gebalanceerd wordt door een fijne houttoets. Een Montefalco Rosso past als geen ander bij een risotto met paddestoelen. In deze Umbrische wijn krijg de sangiovese het gezelschap van de diepdonkere sagrantinodruif. Een huwelijk van een elegante dame met een kleine bodybuilder. Zalig én interessant geprijsd.  Umbrië is vaak goedkoper in de fles dan Toscane. Een houtgerijpte Chianti Classico of Vino Nobile di Montepulciano zijn ook niet te versmaden. Kortom voor elk wat wils. Salute!


 

 

 

 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Please reload